WICKENBURGHSEWEG
De Wickenburghseweg heeft zijn naam ontleend aan de buitenplaats Wickenburgh´, waar hij dwars doorheen loopt. Hij dateert uit de Middeleeuwen en verbindt de Tiendweg met het Groenedijkje en de Beusichemseweg. In het Goyse Dorp beschrijft de weg een grote lus, die verklaard kan worden uit de ligging van het lang verdwenen kasteel van de heren van Goye.
WICKENBURGHSEWEG 19-19A-19B `Wickenburgh´
WICKENBURGHSEWEG 19-19A-19B `Wickenburgh´

Geschiedenis
De oudste benaming van Wickenburgh is `Westrum´ of `Westerhem´, een naam waaruit afgeleid kan worden dat de stichting in de Karolingische tijd moet hebben plaatsgevonden. Uit deze vroegste periode zijn verder geen gegevens overgeleverd. In een charter uit 1300 komt Wickenburgh voor onder de naam `Westenstein´. Het is dan een Stichts leen. De toenmalige eigenaar, Hubert van Goilberdinghen, beloofde aan de bisschop van Utrecht zijn huis niet tegen hem te gebruiken en het voor hem open te stellen wanneer de bisschop in oorlog zou raken met de heren van Arkel, Culemborg of Vianen. Het moet in die tijd dus een enigszins verdedigbaar huis zijn geweest. Ergens in de veertiende eeuw vond er een naamsverandering plaats, want in 1381 heet het huis opeens `Wickenburgh´. Deze naamsverandering heeft mogelijk te maken met de verwoesting van Westenstem tijdens een van de vele oorlogen tussen de bisschop van Utrecht en de heren van Goye. De functie van verdedigbaar huis zal toen al op de achtergrond zijn geraakt. Vanaf die tijd was Wickenburgh eeuwenlang een omgrachte hofstede die niet door de eigenaars, de Van Oostroms, zelf werd bewoond. De oudste afbeelding van het goed is een tekening van Jan van Diepenem uit 1641, waarop een monumentale dwarshuisboerderij staat afgebeeld, gelegen aan een nagenoeg ronde vijver met daarin een rond eiland. Op dit eiland heeft vermoedelijk het vroeg-middeleeuwse huis gestaan.
De ontwikkeling tot buitenplaats heeft dan al een aanvang genomen, want de tekenaar beeldde ook de nog bestaande oprijlaan vanaf de Hoogdijk en de ronde duiventoren af. Een huurcontract uit 1662 wijst uit dat een deel van de boerderij in gebruik was als zomerverblijf voor de eigenaar, de rest werd verpacht. In 1671 wordt Wickenburgh omschreven als `de oude hofstadt Wickenborgh, met zijn huysinge, bergen, schuer, back en brouwhuys, boomgaert en cingels, en met sodanige pre-eminentien, rechten en gerechtigheden daer aen van outs specterende´.

Volgens een tekening uit 1794 was de herenkamer van het voorhuis inmiddels met een verdieping verhoogd en verbouwd tot een herenhuis met classicistische trekken. De bouw van een koetshuis (Wickenburghseweg 19A-19B), vermoedelijk nog in het laatste kwart van de zeventiende eeuw, en van een tuinmanswoning (Wickenburghseweg 26) aan de overzijde van de Wickenburghseweg in 1785, onderstrepen de verdere ontwikkeling tot buitenplaats. Ten Oosten van het hoofdgebouw werd een formele tuin aangelegd, die in 1777 zou worden vergroot. In datzelfde jaar kwam er een tweede oprijlaan vanaf de huidige Jonkheer Ramweg. Eerder al, in 1720, was op last van de toenmalige eigenaar, Ferdinand van Hattink, de oude oprijlaan verlengd tot aan de Beusichemseweg, waar het inrijhek werd geplaatst dat tegenwoordig de ingang aan de Wickenburghseweg markeert. Tot 1814 behield Wickenburgh zijn tweeledige functie van buiten en boerderij. Het achterhuis werd niet lang daarna gesloopt en tussen 1860 en 1870 volgde het optrekken van het boerderijgedeelte tot dezelfde hoogte als het herenhuis.

In dezelfde periode werd de formele tuin, die tot circa 1830 dienst had gedaan als moestuin, ingericht als wintertuin. De moestuin verhuisde naar het terrein naast de voormalige tuinmanswoning, die inmiddels als boerderij werd verpacht. Het bouwland achter het huis werd herschapen in een slingerboomgaard, een parkachtige aanleg, die herinneringen opriep aan de Engelse landschapsparken. Tussen 1800 en 1820 waren rondom het huis door G. Wttewaall − wiens familie Wickenburgh sinds 1741 in bezit heeft − diverse exoten aangeplant. Rond 1840 werd evenwijdig aan de oprijlaan naar de Beusichemseweg een derde oprijlaan aangelegd, zodat een brede zichtas werd verkregen. In 1872 vond er opnieuw een wijziging in de tuinaanleg plaats. De vijver vóór het huis werd vergroot, een ingreep waarvoor het tracé van de Wickenburghseweg in noordelijke richting moest worden verlegd. De tuin rond de vijver en het huis werd veranderd in een Engelse landschapstuin, waardoor in grote lijnen de huidige situatie ontstond. Na de eeuwwisseling werden de boomgaarden één voor één gekapt, de laatste in 1933. De open plekken vulden zich met spontane begroeiing. Door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal in de jaren dertig werd de oprijlaan vanaf de Jonkheer Ramweg direct achter het parkbos afgesneden. In 1951 brandde een gedeelte van het huis af. De keuken en een deel van de opkamer gingen verloren en werden niet meer herbouwd.
Op deze tekening uit 1794 komt duidelijk tot uitdrukking dat Wickenburgh in die tijd was uitgegroeid tot een buitenplaats. Bron: Huisarchief Wickenburgh.
Op deze tekening uit 1794 komt duidelijk tot uitdrukking dat Wickenburgh in die tijd was uitgegroeid tot een buitenplaats. Bron: Huisarchief Wickenburgh.
De zestiende-eeuwse duiventoren van Wickenburgh wordt nog bewoond doorhet oorspronkelijke duiveras.
De zestiende-eeuwse duiventoren van Wickenburgh wordt nog bewoond door het oorspronkelijke duiveras.
Beschrijving
Het landgoed Wickenburgh ligt ten westen van het Goyse Dorp en strekt zich zowel ten zuiden als ten noorden van de Wickenburghseweg uit. Het heeft een oppervlakte van vijftien hectaren en omvat een parkbos, twee oprijlanen, weilanden en een moestuin. Een korte oprit voert vanaf de Wickenburghseweg naar het witgeschilderde, bakstenen hoofdgebouw. Het bestaat uit twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een pannen schilddak. De zes traveen brede, asymmetrische voorgevel heeft vijf achtruits fenêtres-a-terre en een zesruits draaivenster, dat de opkamer verlicht, Op de verdieping is in elke travee een vierruits draaivenster aangebracht. Tegen de achtergevel staat een houten serre met balkon uit 1910. In de fundering en voor een deel ook nog in het opgaande muurwerk zijn kloostermoppen verwerkt. De kelder, die oorspronkelijk een tongewelf had, is tijdens de herbouw na de brand in 1951 ingestort en vervolgens met beton overdekt. Een tweede kelder was reeds in de vorige eeuw volgestort, maar is enkele jaren geleden hersteld. In het voormalige herenhuisgedeelte zijn nog een achttiende- eeuwse marmeren schouw en houten lambrizeringen aanwezig. In de gang liggen witmarmeren tegels uit dezelfde periode. De ronde duiventoren, die in eerste opzet nog uit de zestiende eeuw dateert, staat ten noorden van het hoofdgebouw aan de vijver. De toren is opgetrokken uit baksteen van diverse formaten en wordt gedekt door een zinken, achthoekige spits met een windvaan als bekroning. In de windvaan staat het jaartal 1675, dat mogelijk herinnert aan herstelwerkzaamheden na de storm van 1674. Nieuwe herstelwerkzaamheden volgden in 1755, toen onder andere de oorspronkelijke leien spits door de huidige werd vervangen. De vloer is belegd met plavuizen en in het muurwerk zijn duivenissen uitgespaard. De toren wordt nog steeds bevolkt door het oude duiveras `Veldvluchters´.
Wickenburgh. De hekpalen en het toegangshek aan de Wickenburghseweg.
Wickenburgh. De hekpalen en het toegangshek aan de Wickenburghseweg.
Achter het hoofdgebouw staat het voormalige koetshuis met koetsierswoning, dat in oorsprong uit het laatste kwart van de zeventiende eeuw dateert. In zijn eerste opzet was het een eenbeukig pand. Het is verschillende keren verbouwd en uitgebreid, het laatst in circa 1860, waardoor een tweebeukige opzet is ontstaan. Het pand bestaat uit één bouwlaag en een zolderverdieping onder pannen schilddaken met zakgoot, die halverwege overgaan in een afgeplat zadel- dak. Bij verbouwingen in 1945 en 1975 is de gevelindeling ingrijpend gewijzigd. Direct achter het koetshuis staat een negentiende-eeuws washuisje. Aan het begin van de oprit staat het inrijhek uit circa 1720, dat oorspronkelijk het begin van de oprijlaan vanaf de Beusichemseweg markeerde. Het werd in 1982 op de huidige plaats herbouwd. De bakstenen pijlers die het tweevleugelige smeedijzeren hek dragen, worden bekroond door hardstenen tuinvazen in Lodewijk XV-stijl. Op de hardstenen panelen aan de voorzijde staat de naam: WICKEN-BURGH geschilderd. Naast de voormalige tuinmanswoning ligt de gedeeltelijk ommuurde moestuin, waarin met name het negentiende-eeuwse kasje opvalt, dat eens dienst deed als orangerie. Lit.: 5, 16, 32, 62, 84, 85, 104; Archief: RAU BA 147; ARA,
leenhof van Vianen 5; RAU, huisarchief Wickenburgh 35-43;
huisarchief Wickenburgh; UBU HSS, collectie Wttewaall 83; GAH 2167.
Bron van de tekst:
J.A.M. Smits & O.J. Wttewaall; Houten Historische Bebouwing.
Zeist, Stichting Publikaties Oud Utrecht -
Kerkebosche, 1991. (Serie: Monumenten-inventarisatie Provincie Utrecht).
Wickenburgh: